Wedstrijdsport: Looponderdelen

In de atletiek zijn er een groot aantal looponderdelen. Daarbij wordt er onderscheid gemaakt in waar er gelopen wordt en welke afstand. Locaties waar er gelopen wordt zijn: op de atletiekbaan, op de verharde weg en in de natuur (bos, strand etc.).

Keuze uit loopafstanden is er genoeg. Zo zijn er de sprintnummers (60 t/m 400 m), middellange afstanden (800 t/m 1500 m), lange afstanden (3, 5, 10, 25 en 50 km) en de marathon (halve en hele).

Bij de sprintnummers zijn de reactiesnelheid bij de start en de topsnelheid de belangrijkste aspecten, bij de lange loopnummers is naast de snelheid natuurlijk het uithoudingsvermogen belangrijk.

Er zijn ook loopnummers waarbij de atleten over obstakels heen moeten gaan. Bij de hordeloop zijn dat 10 horden en bij de steeplechase zijn dat een 4-tal balken en een waterbak.

Daarnaast zijn er ook nog loopnummers die in teamverband gelopen worden, de estafette. Bij de estafette lopen een viertal atleten na elkaar een bepaalde afstand, de atleet die de afstand afgelegd heeft geeft aan loper die start een estafettestokje over. Bekend voorbeeld is de 4x100m en de 4x400m estafette.

Voornamelijk in de winter worden de crossen gelopen. In de natuur (bos, strand, velden) wordt dan een bepaalde afstand afgelegd. Het parcours is vaak zwaar want er zijn bochten, heuvels, modder en de weersomstandigheden kunnen parten spelen.

Start 100m sprint

Start 100m sprint

200m sprint

200m sprint

800m

800m

1500m

1500m

100m horden

100m horden

Steeplechase

Steeplechase

Marathon

Marathon

Cross

Cross

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.