Jeu de Boules: Algemeen

Les Thorquettes

Sportpark Vierhoeven
Nispenseweg 5
Roosendaal

A.R.S.V. THOR afdeling Jeu de Boules.

De banen van de afdeling Jeu de Boules (Pétanque) liggen bij het Thorhonk in het groen van het Sportpark Vierhoeven.

De afgelopen jaren hadden de boulers de beschikking over 12 banen, die tijdens de speelmiddagen regelmatig allemaal in gebruik waren.

Omdat de omgeving van het Thorhonk door de komst van de atletiekbaan toch op de schop moest, is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de capaciteit van de boulebanen te verdubbelen.

Mede door de enthousiaste inzet van vele boulers, liggen er nu 27 wedstrijdbanen.

De afdeling werkt er hard aan het ledental te laten groeien.

opening Jeu de Boules-banen

foto van de feestelijke opening van de nieuwe banen. (Jan en Sjaak Braat openen de nieuwe banen)

De boulers spelen in de loop van het jaar twee interne competities (zomer en winter). In de loop van een jaar wordt een aantal toernooien georganiseerd. Bijzondere dagen worden gepast gevierd, zoals Nieuwjaar, Carnaval, Pasen, en Herfst .Hierdoor wordt er een gezonde balans gecreëerd tussen prestatief en recreatief sporten met respect voor elkaar.

De laagdrempeligheid, de openheid voor nieuwkomers, de vriendschappelijke omgang, de gezamenlijke inzet bij de organisatie van activiteiten en werkzaamheden, de constante wisseling van medespelers en tegenstanders in de competitie en de toernooien en festiviteiten leiden tot een algemeen ervaren sfeer van gemoedelijkheid en gezelligheid, die door de leden zeer wordt gewaardeerd.

Belangstellenden kunnen geheel vrijblijvend een aantal keren kennis komen maken, een balletje meegooien en de sfeer proeven.

Geïnteresseerden zijn van harte welkom op dinsdag- of donderdagmiddag.

foto van spelers in actie (Henny, Susanne, Karin, Math., Diny, Riet en Kees)

foto van spelers in actie (Henny, Susanne, Karin, Math., Diny, Riet en Kees)

Jeu de Boules: Informatie en Spelregels

Jeu de Boules  betekent  spel met metalen ballen.

Pétanque  is afgeleid van het provençaalse pétanco, d.w.z. met de voeten zo stevig als een stutpaal.

 

Historie.

Spellen met metalen ballen werden al in de oudheid gespeeld.  Eerst door de Grieken en later de Romeinen.

Ook in de middeleeuwen waren balspelen erg populair, maar daarna verslapte de interesse ervoor met uitzondering van enkel regio’s, zoals de Franse Provence.

Daarom is het spel ook wel bekend als “jeu provençal”.

Pétanque met de huidige spelregels is in 1907 in de buurt van Marseille ontstaan.

Vanaf de Tweede Wereldoorlog is het petanque begonnen aan een indrukwekkende opmars die eerst geheel Frankrijk overspoelde en snel daarna andere Europese landen en zelfs daarbuiten. De vele toeristen die met het pétanque kennismaakten in Frankrijk gingen het in hun eigen landen importeren. Momenteel wordt pétanque gespeeld in Zuid- en West-Europa, Noord-Afrika, de VS, Canada en zelfs  in Thailand en Japan.

En natuurlijk ook in Roosendaal.

 

Spelregels in vogelvlucht.

  1. Elke wedstrijd gaat tussen twee teams. Elke partij kan bestaan uit 1, 2 of 3 personen. Je speelt dan “tête-a-tête” , “doublettes” of “triplettes”.
  2. Bij tête-a-tête speelt elk met drie ballen ( boules) Bij doublettes speelt men ook met drie boules per persoon. Bij triplettes heeft elke deelnemer  twee boules.
  3. Het team, dat begint, maakt een werpcirkel op de grond met een doorsnee tussen de 35 en 50 cm. Iedere speler moet tijdens het gooien van de boules met beide benen binnen de werpcirkel staan.
  4. De eerste speler werpt het butje (houten doelballetje met een diameter tussen 25 en 30 mm.) op het speelveld. Het butje moet op een afstand tussen de 6 en 10 meter van de werpcirkel komen te liggen.
  5. De eerste speler gooit vervolgens zijn eerste boule zo dicht mogelijk bij het butje.
  6. Een speler van het andere team gooit dan een boule.  Hij probeert dichter bij te komen dan de boule van de tegenpartij of de boule van de tegenpartij weg te schieten.
  7. Vervolgens is steeds het team aan de beurt, waarvan een boule niet het dichtst bij het butje ligt.
  8. Heeft een team geen boules meer dan kan het andere team met de nog resterende boules proberen meer punten te scoren.
  9. Hebben beide teams geen boules meer dan worden de punten van het winnende team geteld. Dat zijn er zoveel, als het team boules dichter bij het butje heeft liggen dan de tegenstander. ( dus minimaal 1 en maximaal 6). Er is nu één werpronde  ( een “mène”) gespeeld.
  10. Het team dat de mène heeft gewonnen, moet de volgende werpronde het butje gooien en de eerste boule spelen.
  11. Een partij gaat door totdat een team 13 punten heeft gescoord.

Jeu de Boules in actie

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.