‘Als gladiator wil ik hem winnen’

a114180382i0058_320x

ETTEN-LEUR

Huub Maas (45) is nu pas echt klaar voor ‘zijn’ Marathon Brabant

Huub Maas voelt dat de sleet zijn tengere lijf is binnengeslopen. “Ik weet niet hoe lang ik het op dit niveau nog vol kan houden”, zo vraagt de geboren Roosendaler, die al meer dan dertig jaar ‘meeloopt’ in de alles vergende wereld van de topsport, zich bang af. Eén ding weet de THOR-atleet, die op 23 november 46 jaar wordt, echter wel: “Zondag dan ga ik er gewoon voor. Deze marathon kan ik nog altijd winnen. En een tijd van 2.30 zit er in”, klinkt het als vanzelfsprekend.

Dat het nog zo simpel niet is om zijn thuismarathon te winnen, weet de atleet uit Etten-Leur echter ook. Vorig jaar ging de eerste poging om de Marathon Brabant te winnen pijnlijk de mist in. “Ik maakte fouten die ik niet had mogen maken”, zo kijkt hij zuchtend terug op wat toen zijn tweede marathon ooit was.  Eigenlijk kwam het er op neer dat hij toen iets te gemakkelijk en te zelfverzekerd aan het karwei was begonnen. “Ik was niet bang voor de afstand. In de duatlon (Maas won in 2002 het WK in die discipline, red.) was ik het gewend om lange wedstrijden van wel zes à zeven uur te lopen en fietsen. Ik had de Marmotte (zware fietstocht in de Alpen met vier grote cols, red.) in 6 uur en 26 minuten gereden. Ik had de halve marathon kort ervoor in 1.10 gelopen. Dat moest dus kunnen.”

Niet dus. “Omdat je een marathon niet kunt lopen, zoals ik gewend was om een duatlon aan te pakken. Ik ben een gladiator. Ik wil strijden. Patrick Kwist liep vorig jaar als koploper voor me. Ik kwam na 19 kilometer bij hem en dacht met een versnelling van 3.15 per kilometer direct een gat te slaan. Dat lukte ook, maar drie kilometer verder ging het al mis.”  Omdat ook zijn voeding niet op orde was, kreeg Maas last van zijn maag en de gebrekkige voorbereiding deed de rest. “Ik was helemaal op.” Met een tijd van 2.35.58 kwam hij drie minuten na Kwist als tweede over de streep. Dit jaar heb ik me voorbereid zoals het hoort. Met veel meer kilometers in de benen en goede voeding. Nu moet ik me alleen in de wedstrijd niet meer gek laten maken en vooral één strak tempo blijven lopen. Die versnellingen kunnen dodelijk zijn. Achteraf begrijpt Maas wel waarom hij een jaar geleden de fout inging. In een duatlon gebeurt er onderweg van alles. Er wordt gedemarreerd, je reageert, maar je kunt op de fiets af en toe ook je benen stilhouden in een groepje of in een afdaling. In de marathon is er geen tijd om te herstellen. Dat weet ik nu. Hij had het overigens al kunnen weten. In 2004 liep Maas in Rotterdam zijn eerste marathon. “In de stromende regen.” Hij finishte destijds in 2.25. “Terwijl ik een 2.22 in de benen had toen.” Belangrijker was het gevoel na afloop: Ik vond het gewoon niet leuk om te doen. Er gebeurt namelijk niks in zo’n marathon. En dan gaat hij er nu op zijn 45ste met de sleet op zijn lijf alsnog vol voor. “Omdat ik de eerste atleet uit Etten-Leur wil zijn die hier wint. Omdat het de enige wedstrijd is die ik nog niet heb gewonnen. Omdat de marathon het koningsnummer is, de oorsprong van alle duursporten. En omdat het nu nog kan. Maar vooral omdat ik een gladiator ben. Ik wil strijd leveren, zodat de mensen na afloop zeggen: Huub we hebben genoten van de wedstrijd.”

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.